Van binnen naar buiten

Ons kind gaat al sinds juni 2023 niet meer naar school.

Dit wordt geen aanklacht of klaagzang op het systeem onderwijs, hoewel ik wel graag zou zien dat er iets structureel zou veranderen in het onderwijs voor de kinderen die nu thuis komen te zitten (of voor alle kinderen?). Daarover nu niet. Ik vertel graag mijn verhaal, omdat het invloed heeft gehad op mij als persoon en het werk dat ik wel en niet heb kunnen doen afgelopen jaren.

Vanaf het moment dat ons kind naar school ging, nu bijna 12 jaar geleden, voelden we dat het een lastige weg zou worden. Hier zou ik nu kunnen vertellen hoe fantastisch ons kind is. Als het goed is vindt elke ouder dit van zijn of haar kind. Hij was wel ‘anders’, intenser.

Zijn schoolloopbaan was moeizaam. Voor hem en voor ons. En niet te vergeten voor zijn leerkrachten die hij uitdaagde tot ze niet meer wisten wat ze met hem aan moesten binnen de reguliere setting. Het aantal gesprekken was eindeloos. Overigens niet alleen over hem, ook onze andere kinderen liepen niet helemaal in de pas. Er werd met modder gegooid. Naar ons als ouders. Het zou aan onze opvoeding liggen. We moesten meer grenzen stellen. Wij, aan onze ‘kant’, deden even hard mee. Uit machteloosheid, om ons te verdedigen, omdat we dachten het beter te weten? Omdat we vochten voor ons kind?! We voelden ons niet begrepen, tekort gedaan, boos bovenal en machteloos. Veelal reageerde ik uit een staat van chronische stress. Het ging niet goed met meerdere kinderen, die uitten dat thuis, op elkaar, op ons, wij op elkaar. Kortom: er ontstaat een chronisch onveilig gevoel, wat zich in een gezin van 7 alleen maar versterkt.

Naarmate er meer scholen gepasseerd waren, ontstonden er ook positievere interacties, waardoor er ruimte kwam om een ander perspectief in te nemen, ruimte voor wederzijds begrip, ruimte voor onmacht en het samen zoeken naar oplossingen. Eindelijk compassie voor ons als ouders van een groot gezin met kinderen die een mismatch ervaren met hun wil om te leren, vooral de manier waarop, en de manier waarop ons onderwijs veelal is ingericht.

Als moeder heb ik veel pijn ervaren. Pijn van niet begrepen worden, zelfs aangevallen worden over onze manier van opvoeden. Lang kon ik niet zien dat dit ook uit onmacht bij leerkrachten is ontstaan. Vanuit hun perspectief konden zij niet zien wat ons kind nodig had, of zagen het wel maar vonden geen manier om dit te realiseren binnen het systeem. Als je het niet meer weet, je wilt jezelf er niet rot onder voelen, dan kun je het altijd nog in de schoenen schuiven van de ouders. Daar was ik lang boos over.

De pijn is gezakt, de boosheid komt soms nog naar boven en die benut ik dan. We hebben een manier gevonden om de verbinding aan te gaan. Ik voel ook dat ik dat wil, samen met school kijken waar de mogelijkheden en kansen liggen. De ene keer gaat dat beter dan de andere keer. Ons kind is nog steeds een, zoals ze dat noemen, thuiszitter. Een woord dat ik liever niet meer gebruik, sinds @Frietzen Grünbauer mij aangaf dat ze dit woord liever niet gebruikte. Ik ben inderdaad gaan inzien dat er in het woord iets passiefs/’slachtofferachtigs’ ligt. We willen ook geen lichtje branden voor ons kind. Alsof er iemand dood is of passief. Ons kind is op dit moment niet passief. In die zin, er gebeurt van alles onder de radar. Daar vangen we gelukkig af en toe een glimp van op. Hij is krachtig en voorzichtig tegelijk zijn pad aan het bewandelen. Hij is ‘er’ nog niet, want hij hoeft ook nergens naartoe. Het pad gaat zich vanzelf ontvouwen. Daar hebben we alle vertrouwen in.

En tja, als je kind uitvalt, dan doet dat wat met je als ouder. Er komt van alles voorbij. Waar is dit misgelopen, wat hadden we anders kunnen doen? Het legt je soms lam. Het vreet energie. Deze gedachten kan ik tegenwoordig laten rusten. De schuldvraag is niet (meer) relevant. Het in verbinding met anderen zoeken naar oplossingen des te meer, waardoor er ook meer energie vrij komt. Energie die ik ook weer buiten het gezin kan gaan benutten en daar ben ik heel blij mee.